Terug
Menu
Terug naar Interviews

Vrouwenthrillers’ Aline van Wijnen in gesprek met Ilse Ruijters 

Voor het eerst hoorde ik over Ilse Ruijters nieuwe thriller in een Almeers café, waar Ilse onder genot van een glaasje wijn haar prille ideeën met mijn deelde en de verhaallijnen en personages op een briefje uittekende. De titel had ze al: Minnaar. Er is het een en ander gewijzigd aan het boek tijdens het schrijfproces, maar de titel is onveranderd gebleven. Nu ligt Minnaar in de winkels. Tijd voor een nieuw gesprek, deze keer met een kop thee en een moorkop.

Zou je in het kort willen vertellen over Minnaar? Waar gaat het boek over?

Het gaat over Nina. Zij is veertig jaar oud en zij is directeur particulieren bij een lokale bank. Zij heeft alles voor elkaar: een man, twee volwassen kinderen die al allebei het huis uit zijn. Ze gaat haar veertigste verjaardag vieren op het strand en ze vraagt zich af: Is dit het? Mijn leven is eigenlijk al af. Ze is gelukkig getrouwd, heeft een carrière gemaakt en haar kinderen hebben haar niet meer nodig. Ze gaat naar buiten en ziet een kitesurfer Søren. Die is drieëntwintig jaar oud en een vriend van haar zoon. Die twee vallen als een blok voor elkaar. Het gaat hartstikke goed totdat zij besluit om de stekker uit die affaire te trekken.

Ik heb ergens gelezen dat je vorige thriller Meisje van mewerd geïnspireerd op je eigen ervaring met zwanger worden.

Ja.

Waar is Minnaar op geïnspireerd?(Heel even kijk Ilse me verbaasd aan en dan schieten we allebei in de lach.)

Ik ga daar geen antwoord op geven! Ik schreef het boek toen ik zelf veertig was. Dan ga je erover nadenken: ben je op dat moment daar waar je wil zijn in je leven? Tot je dertigste ben je nog iemand aan het worden, dan kun je alle kanten nog op. Als je als veertigjarige iets anders gaat doen, dan zeggen de mensen: die heeft de roer omgegooid. Dat is een andere manier van benaderen. Als veertiger ben je nog niet oud, maar je bent wel voor een deel uitgekristalliseerd. Nina kiest om dat moment om te ontsnappen en meer spanning te willen in het leven, ze neemt een minnaar.

Wie is je favoriete personage in het boek?

Ik vind zowel Søren als Nina allebei leuke mensen. Ze liggen allebei heel dicht bij wat ik zelf heb meegemaakt. Misschien moet ik iets meer context geven. Mijn man Bas is echt een kitesurfer. Een keer ben ik met hem mee geweest naar Portugal, naar een plekje dat heet Het einde van de wereld – een surfoord. Ik wist niet wat voor kleren ik mee moest nemen. Bas zei: ‘Surfers zijn hartstikke relaxed. Je kunt doen wat je wil, je kunt dragen wat je wil.’ Ik nam de schattigste jurken mee, maar al die surfers zagen er allemaal hetzelfde uit. Hetzelfde ongekamde haar, een pet op, een ongestreken T-shirt. Ik vond het erg mooi, ik heb er heel goed naar gekeken. Dat is Søren. Hij is het water, hij is de zee en de wind, hij is de vrijheid. En Nina is het tegenovergestelde. Ik heb veel trainingen gegeven in het bank- en verzekeringswezen. Dat is ook een enorm subcultuur. Al die mensen praten en bewegen hetzelfde, hebben dezelfde kleding aan. Ik heb dus twee subculturen waar ik redelijk veel van weet, waar ik ook affiniteit mee heb, in het boek gestopt. En Søren is gewoon een heel sexy man.

Werd je zelf ook verliefd op hem toen je het boek schreef?

Nee, dat niet.

Voel je je wel een beetje Nina? Kun je je helemaal verplaatsen in het personage?

Ik voel al mijn personages als ik ze aan het schrijven ben, maar ik ben haar niet. Een van de personages is Nina’s dochter Lisanne. Ze is achttien jaar, heeft veel liefdesverdriet en woont weer thuis. Die twee hebben het moeilijk met elkaar. Eerst vond Nina het erg dat haar dochter het huis uit ging, maar als je je volwassen dochter weer thuis hebt, dan is het voor beide partijen lastig. Dat kan ik me zo van beide kanten voorstellen, zowel de moeder als de dochter. En dat terwijl mijn eigen dochter nog maar drie is. Ik kan het me heel goed indenken.

Heb je dat met al je boeken gehad?

Ik heb het niet alleen met de personages. Ik vind het ook moeilijk om ruzie te maken omdat ik me heel goed kan indenken in degene met wie ik ruzie heb of ruzie zou moeten hebben.

Vermijd je ruzies?

Nee, ik vermijd ze absoluut niet. Ruzie is vaak een manier om mensen weer bij elkaar te brengen. Ik heb gewoon veel begrip voor irrationele dingen die mensen doen en irrationele gedachten die ze hebben. Ruzie is een manier om erover te praten, zodat je snapt wat er in iemand omgaat.

Heb je Minnaar in een flow geschreven of waren er momenten waarop je vastzat?

Ik heb zeker momenten gehad waarop ik vastzat, maar dat heb je, denk ik, in elk verhaal. En de flow… Het grootste gedeelte van het boek is geschreven in de coronatijd, in de eerste lockdown. Bas en Betje waren allebei thuis. Vlak voor die lockdown heb ik een ‘coronastoel’ gekocht: een heel grote roze stoel bij de Ikea. Ons huis is in de verbouwing, we hebben heel veel spullen door het hele huis staan. Tijdens het schrijven van Minnaar had ik geen kantoor en werkte ik in de slaapkamer waar toen ook twee pallets hout in stonden. Maar als ik in die stoel zat, dan zat ik in de flow en het maakte helemaal niet uit of het bed was opgemaakt of het speelgoed opgeruimd.

Corona heeft dus geen invloed op je inspiratie gehad.

Alleen in de positieve zin. Ik vind het heel fijn om Betje en Bas de hele dag om me heen te hebben. Ik bruis van de ideeën op het moment. Ik ben gewend om de hele dag alleen thuis te zitten. Nu heb ik alleen maar gezelligheid om me heen.

Er zijn verschillende soorten thrillers: psychologische thrillers, actiethrillers. Wat voor soort thriller is Minnaar?

Ik denk dat het nog steeds een psychologische thriller is, maar in mindere mate dan Later als ik dood ben of De onderkant van sneeuw.Qua actie lijkt het meer op Meisje van me met het grootste verschil dat in Meisje van me meerdere perspectieven zijn en hier heb ik heel bewust gekozen voor één perspectief. Je zit helemaal in het hoofd van Nina.

Het is in elke nieuwe thriller anders.

Ja. Het schijnt niet zo goed te zijn voor de verkoop.

Ben je tijdens het schrijven daarmee bezig?

Ik ben er niet tijdens het schrijven mee bezig, maar wel wanneer ik het boek bedenk. Ik schrijf omdat ik gelezen wil worden. Mijn dagboek is voor mij persoonlijk, maar een thriller schrijf ik omdat ik een verhaal te vertellen heb. En elk verhaal heeft zijn eigen stem. Meisje van me had ik niet vanuit één perspectief kunnen schrijven, dan was het een heel ander boek geworden. Ik denk dat een gemene deler van mijn boeken is dat ze heel vlot geschreven zijn en dat het geen standaard verhalen zijn.

Vind je het nog steeds spannend nu je vierde thriller uitkomt of ben je eraan gewend?

Wat het heel spannend maakt is dat het nu in de coronatijd uitkomt, dat de boekhandels dicht zijn. De boekhandel heb je heel hard nodig om opgepakt te worden. Wat het minder spannend maakt is dat ik weet dat het een goed boek is. En er zullen heus wel mensen zijn die het een minder boek vinden. Als iemand dat bij mijn eerste boek had gezegd, dan had ik gedacht dat ik misschien niet zo goed kan schrijven. Nu niet. Ik sta achter dit boek, ik heb hem met veel plezier geschreven, ik vind het een goed verhaal geworden. En als iemand dat niet vindt, ja… Er zijn ook mensen die niet houden van een blauwe trui. Je kunt er veel genuanceerder mee omgaan.

Je gaat nu makkelijker met de kritiek om.

Ja. Alhoewel ik moet zeggen dat elke niet-enthousiaste recensie nog altijd wel binnenkomt. Ik vind het naar als mensen wat ik schrijf niet goed vinden, maar ik pak het niet meer persoonlijk op.

Heb je ooit iets aan de kritiek gehad? Dat je dacht: goed punt, daar kan ik wat mee.

Zeker. Veel mensen vonden het bijvoorbeeld ingewikkeld dat er in Meisje van me zoveel perspectiefwisselingen waren. Dat komt onder andere omdat ik tussen alle perspectieven sterretjes had gezet, maar die waren er in het boek allemaal uitgehaald. Daardoor heb je geen hoofdstukken meer, alleen paragrafen gescheiden door een witregel. Dat leest moeilijk. Achteraf gezien had ik niet zoveel perspectieven moeten kiezen. In Later als ik dood ben en De onderkant van sneeuw vonden mensen het ingewikkeld dat er zoveel tijdwisselingen waren. Dat heb ik vermeden in Minnaar. Wat dat betreft is het een veel rechtlijniger boek, het leest veel rustiger.

Kun je nu al voorspellen wat voor kritiekpuntjes je zal krijgen voor dit boek?

Mensen gaan over het einde vallen.

En toch heb je het zo gelaten.

Ik vind het een leuk einde.

Is het boek helemaal zo geworden zoals je voor het schrijven in gedachten had?

Dat wordt het nooit. Het is alsof je op school een nieuw schrift hebt en van plan bent om nu alleen netjes te schrijven. Dan zet je een woord, hebt een trilling van je pen en dan is het woord niet zo netjes geschreven zoals je het voor ogen had. Het is menselijk. Het is nooit zo perfect zoals je het in je hoofd hebt. Zo is het nu eenmaal. Dit is de beste versie van het verhaal dat ik op dit moment heb. En het is goed dat het niet perfect is, dan heb ik ook nog ruimte om te groeien.

Ik vind je personages altijd zo levensecht. Hoe creëer je je personages? Zijn ze op iemand gebaseerd?

Bedankt voor het compliment! Ze zijn gebaseerd op de actie die ik nodig heb voor mijn verhaal. Ik begin met het verhaal te bedenken. Het personage gaat dit en dat doen en dat zegt dus iets over het karakter van het personage. Dan pas ik het karakter aan op wat hij of zij op pagina 50 gaat doen, bijvoorbeeld. En als er op pagina 160 iets moet gebeuren en ik denk dat wat ik eerder heb bedacht niet goed is, dan pas ik dat weer aan. Ze staan helemaal in dienst van de actie in het boek.

Je bent altijd met het schrijven bezig. Wat is het schrijven voor jou?

Mijn echte verslaving. Ik word chagrijnig als ik niet kan schrijven. Ik heb nu helemaal geen deadline, maar ik wil woordjes achter elkaar zetten. Ik ben altijd aan. Als je mij nu een laptop geeft, kan ik meteen iets schrijven wat ook nog ergens op slaat.

Heb je dat altijd al gehad of heb je dat jezelf aangeleerd?

Ik heb niet altijd geschreven. Sinds ik aan De onderkant van sneeuw begon, kreeg ik die verslaving. Toen was ik single en was het ook een enorme vlucht: als ik in het boek zat, dan zat ik niet meer in mijn koude bed. Dat was een heel prettig gevoel en als je dat prettige gevoel hebt gehad, dan wil je daar alleen maar meer en meer van. Het enige wat mij dan tegenhoudt, zijn mijn vingers. Als ik te lang achter mijn computer zit, krijg ik pijn in mijn vingers. En je concentratievermogen: op een gegeven moment ben je gewoon klaar met denken.

Je hebt ondertussen best veel bereikt op schrijfgebied. Wat is je grootste schrijfdroom?

Ik wil een internationale bestseller.

Denk je dat een van je boeken dat nog kan worden of is het een boek dat je nog moet schrijven?

Ik denk dat Minnaar het meest commerciële boek is. Er zijn minder sprongen in de tijd en in perspectief, het is een rustig verhaal, maar het heeft wel de Ilse Ruijters scherpte: die feedback krijg ik van de proeflezers. Maar weet je, ik ben van plan om nog veel boeken te schrijven, dus als het een ander boek moet worden, dan is het ook prima.

Ik hoop nog vele boeken van je te lezen! Ben je alweer aan het schrijven?

Ik ben aan nadenken over het volgende verhaal.

Wil je nog iets zeggen tegen de lezers van Vrouwenthrillers?

De boekenbranche heeft het heel zwaar door de coronatijd. Wat ik veel op social media zie, dat zijn prachtige foto’s van boeken naast een kopje thee of een mooie bos bloemen. Dat zijn stillevens van boeken. Maar een boek is geen stilleven, het is een gebruiksvoorwerp. Mij inspireert het heel erg als ik iemand anders zie lezen. Zien lezen doet lezen. En daarom zou ik het heel erg leuk vinden als alle lezers van Vrouwenthrillers een foto maken als ze Minnaar aan het lezen zijn. Het mag een fysiek boek zijn, het mag een e-book of luisterboek zijn, ik hoef ook niet per se het omslag in beeld te zien als die foto maar uitstraalt hoe fijn het is om te lezen. En als je hashtag leesfoto gebruikt, dan ga ik het delen. Mensen mogen het ook gewoon naar mij sturen. Ik wil op mijn Instagram account alle foto’s met deze hashtag delen die over Minnaar gaan. Ik hoop dat het een begin kan zijn van een grote flow waarin mensen überhaupt leesfoto’s delen. Ik geloof in het concept zien lezen doet lezen. Er zijn natuurlijk heel veel initiatieven, maar er zijn ook veel initiatieven nodig, vooral nu.

Bedankt voor een leuk gesprek, Ilse. Veel succes met je boek, laat Minnaar vele lezersharten veroveren. En een #leesfoto komt er uiteraard aan.

 

Dit interview werd gepubliceerd op www.vrouwenthrillers.nl op 12 februari 2021