Terug
Menu
Terug naar Geen categorie

“Papa woont nu in de wolken”

Real Life Special: Sandra (32) staat nietsvermoedend haar vier maanden oude zoontje Julian te verschonen als aan de andere kant van de stad haar man Maarten wordt doodgereden door een dronken automobilist. In één klap is ze een weduwe met drie kleine kinderen.

 

“Met serieuze gezichten stonden ze voor me. Twee agenten. Of ze even binnen mochten komen. Fabiënne van vijf begon opgewonden te stuiteren. “Twee polities aan de deur,” liet ze haar broertje Melle van net drie blij weten. Mij sloeg de schrik om het hart. Wat moesten die kerels hier? Honderden verklaringen schoten door me heen. Behalve die ene waarvoor ze kwamen.

“We hebben slecht nieuws,” zei de grootste. “Over uw man. Hij uh, hij heeft een auto-ongeluk gehad. Het spijt me, maar hij is ter plekke overleden.”

Het leek wel een droom. Dit kon niet waar zijn. De grond zakte onder mijn voeten vandaan. Toch reageerde ik heel verstandelijk. Ik had mijn kinderen bij me. Ik kon helemaal niet instorten. Julian lag op mijn schoot en zwaaide zijn vuistjes vrolijk door de lucht. Melle moest naar de wc en had daarbij hulp nodig. Fabiënne wilde per se met ons mee.

“Het zijn echte polities, hè,” glunderde Melle op de wc. “Dat wil ik aan papa vertellen.” Ik glimlachte en gaf hem een compliment over dat hij zo goed plaste op de grote-mensen-wc. Ik probeerde de waarheid te manipuleren met mijn wil. Als ik heel hard dacht dat dit niet waar was, dan kwam Maarten straks misschien gewoon naar huis. Het besef dat mijn leven game over was, duwde ik naar de achterkant van mijn bewustzijn.

 

De grote klap

De agenten bleven net zo lang tot mijn vriendin Mona er was. Ze zag lijkbleek en was zich rot geschrokken. Ik glimlachte haar bemoedigend toe. Alsof ik háár moest steunen. “De kinderen moeten maar even naar hun oppasmoeder,” zei ik superzakelijk. “Misschien kunnen ze daar blijven slapen. Ik zal wel dingen moeten regelen en zo.” Mona knikte en zei dat zij de kinderen zou brengen. Ik vond dat grote onzin. Kom op zeg, ik was niet ineens gehandicapt of zo. Het waren mijn kinderen, zij hoefde niets te doen.

Ik wist dat ik zo reageerde uit zelfbescherming. Zolang ik mijn kinderen bij me had, hoefde ik de waarheid niet te horen. Ik wilde dat het leven door zou gaan. Ik wilde niet uit mijn roes ontwaken. De waarheid… die kon ik helemaal niet aan.

De grote klap kwam net na vieren. We hadden de kinderen afgezet bij de oppas en ik zuchtte dat deze hele situatie één voordeel had: ik had nu eens alle rust om op mijn gemak te koken. Het was zo bizar. Ik pakte een verpakking met vier slavinken uit de koelkast en op dat moment drong de gruwelijke waarheid tot me door. Vier slavinken… Maarten was dood. Weg. Overleden. Hij zou vanavond niet thuis eten. En morgen ook niet. En alle dagen daarna ook niet.

Ik sloeg mijn hand voor mijn mond en begon te hyperventileren. Mona wist niet hoe snel ze bij me moest zijn. De waarheid denderde over me heen als een intercity. Ik was mijn man kwijt. De kinderen hun vader. De volledige omvang van dit bericht kon in nauwelijks bevatten. Ik wist alleen maar dat het pijn deed. Fysiek pijn. Het was alsof ik van binnen brak.

 

‘Bent u er klaar voor?’

Ik was tot vrijwel niets meer in staat. Toch moest ik nog diezelfde dag Maarten komen identificeren. Onder een laken in een witte kamer tekende zijn lichaam zich af. Ik draaide met mijn duimen. Laat het iemand anders zijn, laat het iemand anders zijn, dacht ik.

De agent keek me bemoedigend aan, Mona pakte mijn hand. “Bent u er klaar voor?” Ik knikte. Alsof het antwoord op die vraag ooit ‘ja’ kon zijn. Toen ik Maartens gezicht zag, zakte ik in elkaar. Mijn blote benen kletsten op de gladde, koude vloer. Een agent was net op tijd om me op te vangen. Ik huilde, ik krijste, ik gilde het uit van verdriet en wierp me als een klein kind op de grond. Het kon me niet schelen hoe belachelijk ik eruit zag. Hier lag mijn man. Dood. Hoe moest ik verder met mijn leven? Wie ging Melle leren fietsten? Fabiënne’s vriendjes later keuren? Wie ging er vannacht uit als Julian huilend wakker werd?

“Ik kan dit niet,” jankte ik hysterisch. Verdomme, dit kon ons toch niet overkomen! Wat hadden we gedaan om dit lot te verdienen?

 

Schoonmoeder

Mijn ouders en schoonouders, die allemaal een eind bij ons vandaan woonden, kwamen die avond naar me toe. Maartens moeder was compleet in paniek. Haar mascara zat overal behalve op haar ogen. “Waar zijn de kinderen?!” riep ze maar. “De kinderen moeten dit weten!”

Ik was nauwelijks in staat om te antwoorden. Ik wilde niet dat de kinderen mij en hun opa’s en oma’s zo zagen. Natuurlijk moesten ze weten wat er was gebeurd, maar ik gunde ze nog één nachtje ‘normaal’.

“Je houdt me bij mijn kleinkinderen vandaan,” gilde mijn schoonmoeder. Mijn vader moest haar zo’n beetje in bedwang houden. “Ze zijn het enige wat ik nog van Maarten heb en jij houdt ze bij me weg.”

Ik stortte volledig in. Ik wist wel dat mijn schoonmoeder niet besefte wat ze zei, maar ik kon het er gewoon niet bij hebben. Deze nachtmerrie was te heftig. Gelukkig sloeg mijn eigen moeder haar armen om me heen. Zij huilde niet. Ik kroop zo’n beetje in haar. Terwijl ze over mijn hoofd aaide, fluisterde ze dat alles goed zou komen. Ik wist dat ze loog, maar het maakte me niet uit. Ik wilde haar zo graag geloven. “Mama,” fluisterde ik. “Mama, ik wil dit niet.”

 

Grafsteen met hartjes

De volgende dag ging ik de kinderen halen. Het was verschrikkelijk. Ze zagen meteen dat ik had gehuild. “Jongens, ik moet jullie iets vertellen,” bibberde ik. We waren buiten op een bankje gaan zitten. Het was een stralende dag, die totaal niet overeenkwam met mijn verdriet. “Er is iets ergs gebeurd, ik weet niet zo goed hoe ik het moet vertellen.” Ik kreeg de woorden haast mijn mond niet uit en drukte mijn nagels hard mijn bovenbenen in. “Papa heeft een ongeluk gehad en nu is hij dood.” Ik wees omhoog. Ik moest me groot houden. “Hij woont nu in de wolken. We zullen verder moeten zonder hem.”

Melle plukte aan het wondje op zijn knie. “Dood? Net als Victor?” wilde hij weten. Victor was onze Russische dwerghamster geweest. We hadden hem vorige week begraven in de tuin.

Fabiënne begon te huilen. Aan haar blik te zien kwam dat doordat ze dacht dat dat zo hoorde. Zelfs zij, als oudste, snapte het concept ‘dood’ nog niet. “We gaan een prachtige steen voor papa uitzoeken,” beloofde ik. “Eentje met hartjes?” snikte mijn dochter. Ik was niet in staat nog een woord te zeggen. Ja, Maarten kreeg een steen met hartjes. Naast me legde Melle zijn hoofdje in zijn nek. “Ik zie hem niet,” zei hij peinzend. “Als papa op een wolk zit, waar is ‘ie dan?”

 

Oog in oog met de dader

Achteraf heb ik geen idee hoe ik die eerste periode ben doorgekomen. Ik stond in de overleefstand denk ik. Ik had natuurlijk ook weinig keuze. Ik moest door. Instorten kon niet. Wat me op de been hield was de gedachte dat mijn gevoelens niet telden. De kinderen hadden het ‘t zwaarst.

Daarbij kon ik het leven natuurlijk niet stoppen. De zindelijkheidstraining, de borstvoeding, het opvoeden… het ging allemaal door.

Mijn ouders waren bij me ingetrokken en hielpen me zo veel ze konden. En ook mijn schoonouders zag ik opeens elke dag. Het was een gekkenhuis. De kinderen misten hun papa en wilden voornamelijk bij mij zijn. Ondertussen moest de begrafenis en allerlei rompslomp geregeld worden. En iedereen stond met zijn mening klaar.

Soms nam ik drie slaappillen op één nacht om mezelf maar te verdoven. Ik mocht niet instorten. Ik besefte heel goed dat ik in ieder geval mijn nachtrust nodig had. Ik was net bevallen! Dit noemden gewone mensen al tropenjaren, ik mocht niet toegeven aan mijn verdriet. Alle bemoeienissen liet ik lijdzaam over me heen komen. Ik had de kracht niet om voor mezelf op te komen.

Ondertussen kwam het circus van de rechtszaak op gang. De man die mijn toekomst had bepaald, bleek een vette veertiger die na een verjaardag bezopen in de auto was gesprongen. Hij voelde zich verschrikkelijk schuldig, vertelde hij. Maar ik kon hem alleen vol walging aankijken. Dit hele drama was veroorzaakt door een feestje? Om vijfenveertig euro aan taxikosten te besparen? Ongelofelijk! Gelukkig waren mijn ouders er om me te steunen tijdens de zaak. Als ik alleen was geweest, had ik vast en zeker mijn kalmte verloren en die man iets aangedaan.

 

Hypotheek

Ik ging steeds meer op mijn ouders en schoonouders leunen. Na drie maanden hadden ze zich ongemerkt in mijn leven genesteld. Alles ging volgens hun regels en wensen. Ik liep op mijn tenen door mijn eigen huis en vooral mijn schoonmoeder had zich ontwikkeld tot een rasechte tiran.

Op een dag hield ik het niet meer uit. “Ik wil dat je weggaat,” zei ik opeens tegen mijn schoonmoeder. De aanleiding was onzinnig. Fabiënne had televisie willen kijken en mocht van haar niet.

“Sandra, let eens een beetje op je woorden,” kwam mijn schoonvader voor zijn vrouw op. Dat was de eigenlijke druppel. Ik vond het zo oneerlijk. Wie had ik om voor me op te komen? Ik ging volledig door het lint. “Ik wil rust!” riep ik. “Ik wil mijn leven terug. Ik wil dat jullie mijn huis uitgaan. Niet alleen jij, maar jullie allemaal!”

Het werd een gigantische ruzie, maar uiteindelijk bracht die uitbarsting ons juist dichter tot elkaar. We spraken af dat zowel mijn ouders als schoonouders voortaan meer afstand zouden houden. Maar, drukten ze me op het hart, als ik hulp nodig had, dan kwamen ze meteen.

Toen ik eindelijk alleen was, voelde dat als een opluchting. Het was de eerste daad die ik stelde als alleenstaande moeder. Het gaf me kracht, het was alsof Maarten bij me was.

 

Uitje naar het graf

Na drie jaar heeft het leven nu zijn vaste vorm weer terug. Of ik weer kan lachen? Ja. Maar blij, écht blij, ben ik maar zelden. En een nieuwe relatie durf ik eigenlijk niet meer aan. Ik weet trouwens ook niet of ik dat wel wil hoor. En daarnaast… hoe zou ik iemand moeten vinden? Je ziet mij echt niet vrolijk in een club dansen, met allemaal dronken mensen om me heen. Ik weet wat alcohol kan doen. De rechter heeft Maartens moordenaar trouwens veroordeeld tot één jaar cel en drie jaar rijontzegging. Mijn vonnis is een andere. Namelijk levenslang.

Financieel leun ik nog erg op mijn ouders en schoonouders. Ik ben hen mega dankbaar, maar pas wel goed op dat ik de regie over mijn eigen leven niet verlies. Mijn controledrang is van de ene kant mijn redding, maar ik weet ook dat ik er nog een dreun door ga krijgen, want mijn verdriet houd ik al jaren in bedwang. Ik kan er onmogelijk mee aan de slag – nog steeds niet. Julian is pas twee. Wat heeft hij aan een moeder in de rouw?

Toch maakt het me ook trots dat ik zo’n kracht heb. Ik heb me niet laten tackelen door het lot. Natuurlijk, ik ben kapot van binnen en zou willen dat het leven anders was. Maar mijn kinderen merken weinig van mijn pijn.

Om het weekend bezoeken we Maartens graf. We maken er altijd een uitje van. Met spelletjes en ijsjes en liedjes voor de hartjes-steen. Mijn kinderen krijgen een zo onbezorgd en gelukkige jeugd als mogelijk is. En ik? Voor mij is ‘houden van’ niet ‘tot de dood ons scheidt’, maar nog veel langer.