Terug
Menu
Terug naar Geen categorie

“Ik heb nog nooit een vriendje gehad”

Real Life Special: Rose-Ann (30) is hartelijk, grappig en spontaan. Ga naast haar zitten op een verjaardag en je hebt een topavond. Althans, als je een vrouw bent. Bij mannen lukt het haar namelijk niet zich kwetsbaar op te stellen. Daarom heeft ze nog nooit een écht vriendje gehad.

“Seks, dat wel. Maar voor seks hoef je jezelf niet echt te laten zien. Ik was drieëntwintig toen ik werd ontmaagd. Ik had Simon leren kennen via een chatbox op internet. We hadden best leuk heen en weer getikt en we spraken af dat hij naar mij toe zou komen. Ik was nieuwsgierig. Ik wilde nu wel eens weten waar iedereen het over had. Ik had thuis al wat geëxperimenteerd met vibrators, dus helemaal groen was ik niet meer.

Simon was aardig, maar absoluut niet mijn type. Toch eindigde de middag in mijn bed. ‘Goh,’ dacht ik. ‘Dit is het dus. Hetzelfde als een vibrator, maar nu zit er een man aan vast.’ Na de daad ging Simon naar huis en dat was dat. Van een tweede ontmoeting kwam het niet. Mijn ontmaagding was geen ramp of horrorverhaal. Het was gewoon niet opmerkelijk. Eigenlijk was er geen bal aan.

 

Zakelijke transactie

Stiekem had ik er meer van verwacht. Vooral wat betreft gevoel. Ik had me mijn ontmaagding voorgesteld als iets moois, iets liefs. Vol genegenheid. Niet als een soort van zakelijke transactie, waarbij hij voor zichzelf ging en ik ook. Toch ging het elke keer dat ik daarna met een man naar bed ging, precies hetzelfde. Hij kwam klaar, ik kwam klaar en dan ging hij naar huis.

Ik snapte er niets van. Waarom wilden die mannen niet meer van mij dan alleen seks? Ik deed zo mijn best. Ik stond overal voor open. Zelfs voor die voetenfetisjist die mijn tenen wilde likken. Waarom bleef niemand? Langzaam maar zeker ging ik denken dat mijn moeder gelijk had. Mannen wilden inderdaad maar één ding. Hoe vaak had ze dat wel niet gezegd? Ik had ook naar haar moeten luisteren!

 

Zie je wel

Toch trapte ik telkens weer in diezelfde valkuil. Ik dacht, als ik zo’n man geef wat hij wil, dan komt die emotionele binding daarna wel. Naïef natuurlijk, maar daardoor helaas niet minder waar. Het probleem was dat ik mezelf niet kon voorstellen dat een man geïnteresseerd zou zijn in ‘mij’. Ik ben verre van slank en zeul een behoorlijke mentale bagage met me mee. Niet echt een makkelijke vrouw om verliefd op te worden. Seks was de eenvoudigste manier om toenadering te zoeken.

Daarbij gaf het mijn ego een boost als een man me wilde. Zie je wel, er was dus wél iemand die mij wilde. Het was een tactiek die werkte voor één avond. Want als ik de volgende dag contact zocht, was er weinig gespreksstof meer over. Soms kwam zo’n man toch nog een paar keer terug. Maar al snel knapten we dan toch op elkaar af. Seks was iets lichamelijks, niet iets emotioneels. Die ene man die verliefd werd op mij, vond ik weer niet leuk. Het was gewoon nooit wederzijds.

 

We gebruikten elkaar

Er was maar één scharrel die langer bleef. Thijs. Thijs had net als ik nog nooit een relatie gehad en ook al was hij absoluut mijn type niet, we zijn vijf jaar lang regelmatig met elkaar het bed ingedoken. Wat me tegenstond, was dat hij absoluut geen prater was. Ik zoek dat écht in een relatie. Maar juist die geslotenheid maakte hem ook het ideale stukje scharrelvlees. Ik hoefde me niet kwetsbaar op te stellen bij hem. Sterker nog, ik kreeg de kans niet eens. Ook al had ik die behoefte soms wel.

Er was weinig tot geen fysieke aantrekkingskracht. Van beide kanten niet. Maar goed, we hadden wel ieder onze lust en behoefte aan warmte. We gebruikten elkaar. Voor ons allebei de perfecte oplossing voor ‘in de tussentijd’. Want zowel ik als hij droomden van een serieuze partner. De Grote Liefde. Een huwelijk. Een soulmate, iemand die er altijd is.

 

Ik hou het wel bij dromen

Soms was ik wanhopig. Dan droomde ik van een vaste relatie, van iemand bij wie ik me veilig en geborgen voelde, iemand bij wie ik helemaal mezelf kon zijn. Maar tegelijkertijd hoorde ik mijn vriendinnen regelmatig over hun partners klagen. Zijn schoenen die rondslingerden, zijn ochtendhumeur… Een relatie betekende aanpassen. Niet alleen maar rozengeur en maneschijn.

Natuurlijk wist ik best waar het probleem lag. Ik durfde me tegenover de liefde niet kwetsbaar op te stellen. Ten eerste heb ik in mijn jeugd geleerd dat mannen niet te vertrouwen zijn. Mijn vader vindt me maar een dikke trien en liet me in mijn jeugd zowel letterlijk als figuurlijk in de steek. Daarnaast verloor ik veel dierbaren tijdens mijn jeugd. Mijn vader dus. Maar ook mijn moeder. Zij overleed toen ik zestien was. Omdat mijn moeder heel wat keren verhuisde – op mijn zevende zelfs van Aruba naar Nederland – verloor ik steeds mijn vrienden en vertrouwde omgeving. En toen ik op mijn achttiende afscheid nam van de Jehova’s Getuigen, verloor ik de gemeenschap waarin ik tot dan toe had verkeerd.

Wantrouwen en verlatingsangst is een lastige combi. Want stel dat ik toch een vent ontmoette die leuk, lief en betrouwbaar was, dan was de kans dus aanwezig dat ik hem verloor. Doodeng. Jarenlang zocht ik mijn toevlucht in dromen. Lekker veilig. Stukken beter dan de werkelijkheid.

 

Ik vond er niets meer aan

Maar dat dromen hielp natuurlijk niet. Ik liet passief alles over me heen komen en werd daar enorm moe van. Depressief zelfs. Tien jaar lang sleepte ik me door het leven heen. Wat had het allemaal voor nut? Waarom zou ik mijn bed uitkomen als de wereld toch oneerlijk en gemeen was? Waarom zou ik in de liefde geloven als mannen toch maar één ding van me wilden?

Ik stilde mijn verdriet met eten. Veel eten. Ongelofelijk veel eten. Ik zat in een vicieuze cirkel. Ik werd verdrietig van mijn overgewicht en troostte mezelf door biefstukken te bakken. Eén keer per week bezocht ik een therapeut maar dat hielp weinig. Medicijnen weigerde ik. Zelfmoord plegen, durfde ik niet. Ik zat gevangen. In mijn lijf en in het leven. Ik vond er werkelijk niets meer aan.

 

De knop moest om

Ondertussen werd ik natuurlijk steeds ouder. De leeftijd waarop ik zeker weten getrouwd zou zijn – 25 – ging eenzaam en alleen voorbij. De leeftijd waarop ik daarna zeker weten getrouwd zou zijn – 30 – kwam steeds dichter bij. En een relatie was nog steeds niet in zicht. Op een dag besloot ik dat het genoeg was. Er moest iets gebeuren. Die knop in mijn hoofd moest om.

Mijn therapeut bracht me in contact met een kliniek in Amstelveen die me misschien kon helpen. Het zou behoorlijk intensief worden, dus mijn studie Personeel en Organisatie moet on hold. Vijf dagen in de week zat ik daar. Een jaar lang. Loodzwaar. Maar het heeft me zoveel goeds gebracht!

Ik leerde naar mezelf kijken. En ik leerde ook dat ik geen zeggenschap heb over het verlies dat me overkomt, maar wél over hoe ik daarmee om kan gaan. Dat inzicht was een eye opener. Eigen verantwoordelijkheid. Doorzettingsvermogen. Optimisme. Het zijn dingen die ik in Amstelveen heb geleerd. Ik kan met volle overgave zeggen dat ik daar een completer mens ben geworden. Ik heb geleerd hoe ik van mezelf moet houden. Dé voorwaarde om van een ander te kunnen houden natuurlijk. Ik weet dat dat als een dooddoener klinkt, maar ik had voor die therapie geen clou hoe dat moest.

 

Wat ik belangrijk vind

In dat therapie-jaar heb ik geen contact met mannen gehad. Dat was goed. Ik moest me focussen op mezelf, niet op anderen. Het gaf me rust en gek genoeg ook vertrouwen. Ik leerde daar dat ik het ook zou redden zonder man. Tja, dat wist ik natuurlijk wel. Ik regelde al mijn halve leven alles in mijn eentje. Maar toch. Ik ging me beseffen dat ik liever géén seks had, dan seks met iemand waar ik niets voor voelde.

Aan het eind van dat jaar nam ik mezelf voor dat de eerst volgende met wie ik naar bed ga, een man is van wie ik hou. En iemand die van mij houdt. Het neuken heb ik wel gehad. Nu wil ik een keertje vrijen. Ik wil een vent met alles erop en eraan. Knuffelen, voor- en naspel, liefde, genegenheid en uiteindelijk natuurlijk die mooie, witte jurk.

 

Eerst ik, dan hij

Op dit moment ben ik druk bezig met mijn studie. En daarnaast volg ik een traject om mijn lifestyle te verbeteren. Minder eten en meer bewegen. Het klinkt zo makkelijk, maar dat is het natuurlijk niet. Te veel eten is een gewoonte geworden. En het is nog steeds een manier om met mijn emoties om te gaan.

Het vinden van een vriendje staat op dit moment achteraan op mijn prioriteitenlijstje. Eerst ikzelf, daarna komt een eventuele ‘hij’ wel. Dat ik mijn grote liefde op een dag vind, weet ik zeker. Maar ik heb geen haast. Laat de liefde mij maar vinden.

Om eerlijk te zijn, zou een vriendje op dit moment ook niet goed uit komen. Ik heb nog te veel issues waarmee ik worstel. Ik kan de problemen van een ander er nog niet bij hebben. En ik ben bang dat ik ik helemaal in een eventueel vriendje op zal gaan, omdat ik toch nog de neiging heb voor mezelf te willen vluchten. Nee, ik moet de confrontatie met mezelf aan. Ik moet mezelf die tijd gunnen. Quality me-time. Voor het eerst in mijn leven.

 

Nog nooit een date gehad

Maar natuurlijk fantaseer ik wel over hoe het later zal zijn. Ik wil gaan daten. Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik ben wel een keertje met iemand na de seks, uit eten geweest, maar dat is natuurlijk niet te vergelijken. Ik zie dat mijn vriendinnen soms wel zes keer met een jongen uitgaan voordat ze überhaupt met hem zoenen. Kijk, dat wil ik dus ook!

Ik verheug me erop dat er iemand in mijn leven is. Natuurlijk kan ik mijn vriendinnen bellen, maar dat doe je toch niet elke dag. Ik wil graag met iemand ’s avonds aan tafel zitten eten, met een man op de bank hangen en samen wakker worden. Ik wil de dagen als kerstmis en de sterfdag van mijn moeder delen. Maar nu nog even niet.

 

Perfecte relatie

‘De perfecte relatie’ bestaat in mijn ogen niet en jaag ik daarom ook niet na. Als ik ooit een relatie krijg, hoop ik dat ik daarin echt mijn leven echt déél. Twijfels, successen, angsten en blijdschap. Ik heb maar één grote eis: dat hij niet rookt. En het zou fijn zijn als hij net als ik geen kinderwens heeft. Ik wil gewoon een maatje. Maar dat betekent niet dat ik genoegen neem met de eerste de beste.

Ik ben gewend aan het single leven. Ik heb vanaf mijn zestiende voor mezelf gezorgd en ben sterker en zelfstandiger dan menig ander. Ik heb in praktische zin niemand nodig. Hoe ik er nu naar kijk is: komt het dan is het mooi en komt het niet, jammer maar helaas. Geen leeftijd meer waarop ik getrouwd moet zijn, geen zoektocht naar mister right.

 

Doe niet zo bekrompen

Sommige mensen zullen het sneu vinden dat ik nog nooit een echte relatie heb gehad. Tegen hun zou ik willen zeggen: doe niet zo bekrompen. Een vriend is geen voorwaarde om het leuk te hebben. Ik kom steeds beter in mijn vel te zitten. Op eigen kracht. Zonder man.

Of ik een winnaar ben? Ja, dat denk ik wel. In ieder geval een over-winnaar. Ik heb een enorme power in mezelf gevonden. Af en toe sta ik daar nog versteld van. Ik weet nu dat ik kan lief hebben. Mezelf én een ander. Ik heb vertrouwen in de toekomst. Ik zit in een stijgende lijn en die zal zich voortzetten. Daar zorg ik wel voor.”