Terug
Menu
Terug naar Columns

Manloos

Ik schrijf deze column in kleermakerszit. Op een tweepersoonsbed in een B&B in Puiflijk – ja, ik heb het ook op moeten zoeken – da’s in het Land van Maas en Waal. Ik zit hier in mijn eentje blij te zijn, met een glas wijn op mijn nachtkastje en een maaltijdsalade op het bureautje. Is het fout dat ik zo intens kan genieten van een nachtje manloos zijn?

De laatste tijd ben ik regelmatig een of twee nachtjes weg. Ik geef schrijftrainingen die al om acht uur ’s morgens beginnen en omdat je Almere niet zonder degelijke file uitkomt, ben ik wel gedwongen in de buurt van mijn trainingslocatie te logeren. Ik slaap in een mooi hotel in Groningen, een boerderij in Lieveren, in een verbouwd klooster in Brabant en aan de Bredase Grote Markt.

En nu denk je natuurlijk dat ik mijn hart ophaal in den lande. Dat ik de steden waar ik verblijf op mijn gemakje verken, of dat ik lange wandelingen maak door prachtige natuurgebieden. Natuurlijk, ik denk dat zelf ook, iedere keer dat ik in mijn weekendtas in de kofferbak gooi. Dít keer ga ik het ervan nemen!

Maar in de praktijk vind ik het heerlijk om gewoon maar wat op mijn hotelkamer rond te hangen. Een beetje schrijven, vijf bladzijdes van een boek lezen, de avond verdoen met Netflix. Single zijn.

Ik ben drieënhalf jaar alleen geweest. En alhoewel de afgelopen jaren de gelukkigste van mijn leven waren, mis ik die stilte af en toe nog steeds een beetje. Er zit een wereld van verschil tussen alleen in je werkkamer zitten, en in je uppie een tweepersoonsbed in kruipen.

’s Nachts, in dat eenzame, vreemde bed, kan ik mijn gedachten extra goed horen. ‘Welterusten,’ fluister ik. De donkere kamer geeft geen antwoord. Alles is intenser. Elk geluid hoor ik, de kou van het bed slaat zich om me heen, ik word vervuld van het gebrek aan een kusje voor het slapengaan.

Ja, zo was het. Zo voelde het. Oneindige vrijheid, vermengd met een zacht gemis.

Overal in den lande kom ik tot dezelfde conclusie, dat ik morgen weer zo snel mogelijk naar huis rijd. Maar vooralsnog geniet ik. Het is pas vier uur en ik ben al in pyjama. Voor de achtste keer kijk ik Sex and the City en daar gaat het tweede wijntje. Morgen, morgen pas, ben ik weer gewoon heel erg getrouwd.

 

Gepubliceerd in Almere Deze Week, januari 2017