Terug
Menu

Columns

Surfers en bankdirecteuren

Van sommige woorden weet iedereen wat je ermee bedoelt, maar kan niemand je precies vertellen wat ze betekenen. Geluk. Gezellig. Thuis. Maar ook: cultuur. Er bestaat een Nederlandse cultuur, maar niemand kan precies aanwijzen waar die ophoudt of begint.

En binnen onze cultuur hebben we ook weer allerlei subculturen. Beurshandelaren en skaters, poedelfans en rottweilerliefhebbers.

De kleinste subcultuur is thuis: het eigen gezin, waarin je precies weet hoe je je moet gedragen, maar waarvan je dat nooit uit kunt leggen aan een ander.

 

Bij het schrijven van Minnaar dook ik hierin. In de subculturen, bedoel ik. Ik neem je mee naar de vrije wereld van de surfers, de corporate cultuur van het bankwezen en het huishouden van de ambitieuze familie Metsears.

Elke cultuur heeft zijn eigen, ongeschreven regels, zijn eigen uniform en zelfs zijn eigen woorden. Dat is niet waar het boek over gaat, maar je leest het wel tussen de woorden door. Gewoon, omdat ik zo van subculturen hou en me er altijd zo over verbaas dat mensen – ook ik – moeiteloos van de ene in de andere rol kruipen.

 

Hoofdpersoon Nina is Directeur Particulieren bij een bank. Haar collega’s hebben het op een bepaald moment over mitiganten. “Wat bedoel je hiermee?” vroeg de persklaarmaker van mijn manuscript aan mij.

Mijn antwoord was dat niemand in de bankwereld dat precies weet, maar iedereen die term gebruikt – vraag maar na als je iemand in de bankwereld kent.

Ik heb de afgelopen jaren heel wat schrijftrainingen gegeven bij banken en verzekeringen en heb daar met verbazing en plezier gekeken naar de mensen die daar werken. Wat was het leuk om die bijzondere wereld in mijn boek terug te laten komen!

 

Ook de surfwereld ken ik vanaf de zijlijn. Mijn man is fervent kitesurfer – net als de 23-jarige minnaar in mijn boek.

Toen mijn man en ik net bij elkaar waren, gingen we samen naar Sagres, in Portugal. Dat surfoord heeft de bijnaam: het eind van de wereld. Het ligt op een uitstekende landtong waar de Noordzee en de Middellandse Zee samenkomen. Hij zou gaan kitesurfen, ik ondertussen heel veel boeken lezen.

“Wat voor kleren zal ik meenemen?” vroeg ik. “Maakt niet uit,” was zijn antwoord. “De surfscene is superrelaxed. Alles kan, alles mag.”

Nou, dat was dus niet waar. Iedereen in de surfscene ziet er hetzelfde uit. Jeans of flubberbroek, T-shirtje, ongekamd haar, muts of haarband. Nonchalance is het uniform. Met mijn nette jurkjes, hoge hakken en make-up viel ik hopeloos uit de toom.

Søren is de wind, de water, de zee. Hij kleedt, praat en beweegt als een surfer. Ik ging hoe langer hoe meer van dat joch houden. En bankdirecteur Nina viel hopeloos voor de vrijheid die om hem heen hing.

 

Het gezin Metsears zit vol ongeschreven regels. Vader is rector en heeft daarnaast een politieke carrière, zoon studeert bedrijfskunde en dochter is lamgeslagen door haar liefdesverdriet.

De verhoudingen tussen hen verwoorden was spannend en toen het lukte bevredigend. Ze hebben allemaal een plekje in mijn hart gekregen. Met zoveel liefde heb ik ze op papier gezet.

Ik vraag me af in welke subculturen ze allemaal terecht komen. Misschien wel bij een thrillerblogger. Over subculturen gesproken…

 

Gastcolumn voor www.thrillzone.nl

15 februari 2021

De kapster en mijn minnaar

“Ik ben in je thriller begonnen,” zegt mijn kapster. “Ik ging heerlijk in dat nieuwe bad van ons en dacht: ja, nu sla ik Ilse ‘ns open.”

“En?”

“Leuk, heel leuk.”

“Hoe ver ben je?”

“Pagina 20.”

“O, nog niet zo ver dus.”

“Nee, maar uh, ik ben ook niet zo’n lezer, hè.”

Mijn kapster heeft me voor meerdere boekpresentaties gekapt, maar heeft nog nooit een boek van me uitgelezen. Heerlijk eerlijk is ze daarover. Lezen is gewoon niet haar ding.

 

Vorig jaar september zat ik bij haar in de stoel toen ik vertelde dat ik die dag de ThrillZone Award uitgereikt kreeg. Die prijs had ik negen maanden daarvoor, op de dag voor kerst, gewonnen met 45% van de stemmen.

Corona had roet in het eten gegooid en daarom zat er zoveel tijd tussen de bekendmaking en de uitreiking in. Marinus van ThrillZone en ik zouden elkaar ontmoetten bij de Délifrance bij haar om de hoek.

 

“O ja, die prijs,” knikte ze. “Dat weet ik nog. Hartstikke terecht, want Meisje van me is een heel goed boek.” Ze baseerde zich op die 20 pagina’s.

“Ik ben natuurlijk heel blij met die prijs,” antwoordde ik. “Maar tegelijkertijd… weet ik niet zo goed wat ik er op dit moment van moet vinden. Recensies, prijzen en beoordelingen zeggen altijd iets over wat ik dééd, ooit iets over waar ik nu mee bezig ben.”

Ik zat op dat moment net op een dood punt in mijn nieuwe thriller Minnaar. In de auto op weg naar haar toe had ik me paniekerig afgevraagd: komt dit ooit nog goed? Kan ik het nog wel?

Minnaar is ook goed,” zei mijn kapster rustig. Via de spiegel keken we elkaar aan. En dat gaf zoveel vertrouwen!

 

Mijn kapster mag mijn boeken dan niet lezen, ze kent ze wel. Terwijl ze knipt, wast en kleurt, vertel ik namelijk altijd over wat er sinds mijn laatste kappersbezoek in mijn verhaal is gebeurd. Dat maakt haar een van de weinigen die het boek kent, wanneer ik er nog vol in zit en dat is zeer waardevol.

Met een goed gevoel en frisse krullen stapte ik even later bij haar de deur uit. Het restaurant was vol en dus dronken Marinus en ik een drankje op het terras. Hij overhandigde me een stoere, bakstenen trofee die inmiddels een mooie plek heeft gekregen.

 

Terug in de auto keek ik naar het beeldje dat op de bijrijdersstoel lag en viel de puzzel in mijn hoofd in elkaar. Opeens wist ik hoe ik het probleem in Minnaar moest oplossen.

Die middag schreef ik drie pagina’s achter elkaar. Daarna postte ik een selfie met de award in mijn handen.

Ziet er goed uit, appte mijn kapster.

Ik weet nog steeds niet of ze mijn krullen bedoelde, of dat het haar om het beeldje ging.

 

Gastcolumn voor www.thrillzone.nl

7 feb 2021

Pluk de lach

Daar ligt ‘ie, op een rek, achter een kastje, op een verhuisdoos in de schuur: mijn krans. Een rieten geval met de tekst welcomein het midden. Jarenlang hing hij naast mijn voordeur en was hij de enige die ‘hallo’ tegen me zei als ik thuis kwam.

Ik blaas het stof eraf en plof op de bank waar ik jarenlang in mijn eentje op heb gezeten. Marktplaats of weggooien? Het liefst zou ik alles bewaren, maar we gaan verhuizen naar een kleinere woning en dus moet ik de relikwieën van mijn vorige leven wegdoen.

Deze bank kocht ik met mijn ex, herinner ik me. We trouwden toen ik 31 was. Inmiddels ben ik bijna veertig. Ik heb een man, een kind en een carrière als schrijfster. In niets lijkt mijn leven meer op wat het was. Op Dunya na dan. Denk die grijze haren rond haar snuit weg en zij is nog precies dezelfde lieverd die ze altijd al was.

Het leven dat ik leid voelt stabiel aan, nu. Echt en volwassen. Maar terwijl ik mijn placemats op de stapel ‘weggooien’ leg, besef ik me tegelijkertijd dat het is opgehangen aan momenten. Aan toevalligheden. Een ontmoeting, een ingeving, iemand die tussen neus en lippen door iets zegt.

Bas ontmoette ik niet op een feestje waar ik op af ging, maar via via. Mijn agent ging net naar een boekenbeurs toen ik haar ontmoette en zo kwam ik makkelijk bij een uitgever terecht. En Betje? Als we vijf minuten eerder of vijf minuten later waren geweest, dan had zij misschien niet eens bestaan.

De jacht op geluk had ik nooit hoeven openen. Het leven komt toch hoe het komt. En dat is even geruststellend als verontrustend. Want welke momenten tellen, welke momenten het verschil gaan maken, besef je altijd pas achteraf.

Vanuit de deuropening kan ik het huis zien waar we nu wonen. Het is tijd om afscheid te nemen. Niet alleen van dit huis, ook van deze plek in deze krant. Een afsluiting of een nieuw begin? Een moment? Dat kunnen we achteraf pas weten.

De krans gaat in de doos ‘herinneringen’, waar ook mijn oude theebekers in zitten en de map vol uitgeknipte columns. Tien jaar leven in doos. Deksel dicht, tape erop. Klaar om in de toekomst uitgepakt te worden. En ik de tussentijd pak ik de momenten en pluk ik de lach.

 

Gepubliceerd in Almere Deze Week, juli 2018

Het tinnen teiltje

Betje en ik waren van plan geweest de hele dag thuis te zitten chillen in pyjama, maar de tandpasta was op, dus moesten we er wel uit. Ik verruilde mijn joggingbroek voor mijn jeans, knoopte mijn haar in een snel staartje en trok Betje een vestje aan dat precies over het avocadovlekje in haar rompertje viel. We zouden toch alleen maar even snel op en neer.

Lees meer

Goud

Ik zit Betje op de bank een voeding te geven, wanneer ik aan Bas vraag: ‘Heb jij nog een idee voor een column?’ –  ‘Doe het over schaatsen,’ antwoordt hij meteen. Hij weet dat ik me heb voorgenomen om niet al mijn columns over onze baby te schrijven.

Lees meer

Negentien dagen

Ooit zei iemand tegen mij dat vrouwen op hun zevenentwintigste pieken. Dat ze dan op hun mooist zijn, het meest in hun kracht, dat ze niet begeerlijker kunnen worden. Ik was op dat moment voorin de twintig en prees mezelf gelukkig mijn hoogtepunt nog in het vooruitschiet te hebben liggen.

Lees meer

Na de aftiteling

Jarenlang haalde ik zo begin december, in mijn eentje, een kerstboom. Op de fiets. Stam op het stuur, takken over het zadel en dan voorzichtig terug naar huis toe lopen. Aldaar wiebelde ik mijn Nordmann vloekend en steunend in zijn kerstboomstandaard en begon ik – nog harder vloekend en steunend – de kerstlampjes uit de knoop te halen. Het jaar daarvoor had ik die nog zo keurig opgeborgen. Hoe was het mogelijk dat ze weer in de knoop zaten? En dat ze dat ook zo halsstarrig bleven!

Lees meer

De hippe vegetariër

Dit weekend kregen we een stel te eten dat hier niet zo heel vaak komt en zoals altijd wanneer we gasten ontvangen, stelde Bas voor om ‘zijn’ peppersteak te maken. (Aan mij de schone taak de doordeweekse maaltijden te bereiden, aan hem de eer te scoren met bijzonderheden.)

Lees meer

De hijger

Om eerlijk te zijn, dacht ik dat ze uitgestorven waren: de hijgers. Ik bedoel, er is zoveel te beleven op het internet en er zijn zulke bizarre dingen te zien op social media, waarom zou je nog old school de telefoon pakken? Dat is toch achterhaald!

Lees meer

Hormonen op hol

Na zes maanden zwangerschap kan ik met een gerust hart zeggen dat hormonen rare dingen met je doen. Opeens kan ik me bijvoorbeeld ontzettend goed zorgen maken. Over alles. Van wat ik op mijn brood moet doen (wil ik eigenlijk wel brood? Ik kan ook soep nemen, of een cracker, of… Alles is ineens ook zo lekker!), tot over hoe we het allemaal gaan redden, straks, als ons kindje is geboren.

Lees meer

Volgende