Terug
Menu
Header Rotator

Columns

Tasloos

En daar stond ik dan, vorige week. Naakt op het Rokin. Amsterdam stond erbij en keek ernaar en ik… Oké, oké, misschien kan ik beter bij het begin beginnen.

Afgelopen donderdag verhuisde de grootste boekhandel van Nederland, Scheltema, van het Koningsplein naar het Rokin. Ik en tweehonderd andere auteurs waren uitgenodigd om hoogstpersoonlijk onze boeken van het ene naar het andere filiaal te dragen.

In de uitnodiging stond nadrukkelijk vermeld dat we onze waardevolle bezittingen het best zo veel mogelijk thuis konden laten. Ik keek eens naar mijn handtas en dacht: weet je wat, ik laat je thuis. Bij een verhuizing – al gaat het maar om ieder vijf boeken – zit een handtas in de weg. En dus ging ik zoals mijn man altijd de deur uitgaat. Tasloos. Maar dat was zo eenvoudig nog niet.

Voor vertrek draaide ik mijn handtas boven het aanrecht om en bekeek wat ik écht nodig had. De inhoud was mijn leven in het klein. Zeven pennen, een spiegeltje, de steen die ik vond op vakantie, handcrème, een fotomapje, een tampon zonder wikkel, de mutjes van de kaasboer, een lege verpakking paracetamol, negen oude boodschappenlijstjes.

Ik selecteerde vijf dingen: mijn mobiel, bankpas, OV-chipkaart, lippenstift en voordeursleutel. Klaar. Twee broekzakken halfvol. Meer had ik niet nódig. Wat een troosteloze conclusie.

Al op het perron werd ik overvallen door de zenuwen. Ik was iets vergeten. Ik wist het zeker. Íets. Uit automatisme greep ik naar het hengsel van mijn handtas, maar mijn life line was weg. Weg! Waar moest ik mijn handen nu laten? In mijn zakken? Die zaten vol. Ik kon me nergens achter verbergen, of ín verbergen…

Ik was naakter dan een naaktslak. Ik was Een Vrouw Zonder Tas. En voor mijn gevoel kon iedereen het zien.

Ik werd jaloers op vrouwen die wél een tas hadden – alle vrouwen dus. Ook de vrouwen met hele lelijke tassen. Rugzakjes, onhandige clutches, laptoptassen, biologische touwtassen, zelfs van een Albert Heijn big shopper begon ik lichtelijk te kwijlen. Het waren afkickverschijnselen besefte ik me. Eindelijk bij Scheltema drukte ik mijn stapel boeken opgelucht tegen me aan. Eindelijk iets in handen!

Oké, verhuizing, lopen, lachen, klaar. En daarna de Kalverstraat in. Ik geef het toe, ik ben een junk. Met een grote papieren zak ging ik huiswaarts. De inhoud? Vijf verschillende handtassen. Omdat ik die nodig heb. Broodnódig!

 

Gepubliceerd in Almere Deze Week, 2 juni 2015

De geesten uit de fles

Twee maanden nadat we officieel tegen elkaar zeiden ‘ik wil mijn leven met je delen’, delen we werkelijk alles. De huishoudelijke taken (hij de vuilnisbakken, ik de kleren), de kosten van de huishouding (hij de vaste lasten, ik de kleren), het bed natuurlijk (hij overdwars, ik de kolere) en ons verleden.

’s Avonds met een wijntje – we zitten nog midden in onze witte wijnweken – maken we plannen voor onze gezamenlijke toekomst en blikken we terug op ieder ons eigen verleden. Bij glas twee komen ook de gênante verhalen op tafel en na het ontkurken van de volgende fles zitten we vol in de exen. Wéér. Je zou toch denken: nu we getrouwd zijn, zijn alle exen exit. Maar niets is minder waar. Op de meest onverwachte ogenblikken duiken ze op, de geesten uit het verleden. Niet te verslaan, omdat ze niet meer bestaan.

Het begint allemaal ontiegelijk onschuldig. Praten over degenen van voor ons is een bevestiging van wat we nu hebben. Zij zijn het allemaal niet geworden, maar jij wel, en ja schat, jij bent echt véél leuker.

Maar dan komt die onvermijdelijke vraag ‘maar wat was er dan zo leuk aan haar / hem?’ Het antwoord weet je inmiddels. Net als dat je weet dat je die vraag gewoon niet moet stellen. Want er is gewoon géén goed antwoord.

Vanuit het verleden staan de mistige exen ondertussen overenthousiast naar ons te zwaaien. Ze steken uitdagend hun borsten naar voren, pompen vol bravoure hun spierballen op. En wij, control freak no. 1 en control freak no. 2 turen en turen maar, verlangend naar een beter beeld. Hoe was ze dan? Hoe praatte ze? Wat deed ze zoal en wat vond jij daar dan van en kom op nou, zeg nou, ik wil het gewoon weten, nee gewoon daarom, ja vertel nou, oh… Oké, nee dat had ik niet per se hoeven weten, nee wat denk je, nu kan ik niet meer slapen natuurlijk…

Liggend op het randje van het bed, denk ik aan haar. Of om preciezer te zijn, aan hen. Hij niet. Hij slaapt. Met zijn benen wijd en zijn arm op mijn kussen. Zijn exen zijn van inmiddels meer van mij dan van hem. Dát bedoelen ze dus met je leven met elkaar delen.

 

Gepubliceerd in Almere Deze Week, 28 april 2015

Gespoord

Deze maand is mijn boek precies een half jaar oud. Ik ben hard bezig met het schrijven van een tweede thriller en ben daarnaast druk met het promoten van mijn ‘oude’ boek. Ik reis stad en land af naar boekhandels, bibliotheken, theatertjes en cafés – als debutant is het hard werken aan je naam – en ik vind het allemaal even mooi.

Maar vorige week moest ik toch even slikken. 15 Maart was het boekenweekzondag en mocht je gratis treinen op vertoon van het boekenweekgeschenk. Een aantal schrijvers, de schrijvers die sporen, ging voorlezen in de trein. Een pop-up actie. De bedoeling was dat je gewoon een coupé in zou lopen en zou vragen of je een stukje mocht voordragen.

Ik was één van hen, van die schrijvers die sporen. En kon de hele dag alleen maar denken: ik spoor niet. Treinreizigers willen namelijk maar één ding: anoniem zijn. De één leest zijn boek (het boekenweekgeschenk, dat dan weer wel), de ander is druk op zijn telefoon, een derde zit halsstarrig naar buiten te kijken en allemaal hebben ze hun jas of tas op de stoel naast zich gelegd, als ware het een bordje ‘bezet’.

Met mijn boek in mijn hand en mijn hart in mijn keel liep ik coupé na coupé door. Nu moet ik het vragen, bedacht ik me steeds. Nu, of nu, nee nú! Was ik maar een conducteur of zo’n koffie- en theemevrouw. Of nee… met al dat geweld. Zouden er dan wél mensen reageren?

Niemand leek me aan te willen kijken. Niemand leek op me te zitten wachten.

Uiteindelijk zuchtte ik diep en waagde ik het erop, ik was er immers nu toch, nergens, ergens op het spoor. Van Almere CS naar Almere CS. ‘Voorlezen?’ echode de man die ik aansprak op zo’n luide toon dat het hele treinstel onze kant uitkeek. ‘Wat grappig. Ja, leuk. Ga zitten.’

En zo ging het door, de hele dag. Ik werd de stiltecoupé uit gestuurd (‘uhm, sorry’), las een broer en een zus uit de Achterhoek voor (‘wij lezen werkelijk nooit’), raakte verstrikt in een discussie over journalistieke vrijheid met een van oorsprong Iranese conducteur. Ik leerde allerlei mensen kennen die nóóit naar een literaire middag zouden komen. En aan het eind van de dag kon ik maar één conclusie trekken: ik spoor niet. Gelukkig maar.

 

Gepubliceerd in Almere Deze Week, 31 maart 2015

Van oorsprong vrouw

In de tijd dat mijn vader me Pippi Langkous voorlas – de tijd dat de duo penotti reclame nog kón en zwarte Piet gewoon zwarte Piet was – probeerde ik heel vaak in slaap te vallen met mijn hoofd op mijn voeteneinde en mijn voeten op mijn kussen. Het was enige haalbare uit het boek. Zo leek het, want ik geef het je te doen, verkeerdom slapen.

Lees meer

(Ver)trouwen

Daar sta ik dan, afgespeld en wel in mijn bruidsjurk. De eerste doorpas. Achter me mijn lieve vriendinnen, moeder en schoonmoeder. Voor me, in de spiegel, ikzelf, in maagdelijk wit. Maagdelijk. Alsof!

Lees meer

Over de top

“Je maakt een grapje,” zegt mijn vriend. “Ja toch, je maakt toch een grapje? Dit is het nummer van de eeuw! Ik heb dit ik weet niet hoe vaak gedraaid!” “Het komt me niet eens vaag bekend voor.” Ik zet de autoradio opstandig weer zachter. “Waar heb je eigenlijk die cd van John Legend gelaten?” “Genesis!” roept hij driftig, verbaasd om mijn totale gebrek aan muziekkennis. “De soundtrack van mijn leven!”

Lees meer

Een nachtje vrij

Voor het eerst in zes maanden is mijn lief een nachtje van huis. Hij is stappen met een vriend, en hoe leuk ik het samenwonen met hem ook vind, het voelt alsof ik een nachtje vrij ben. Dit is mijn kans om al die leuke dingen te doen, die ik als single deed en nu moet missen.

Lees meer

Concurrentie

Hier sta ik dan, in ‘de concurrent’. Vier jaar lang schreef ik zaterdagcolumns voor Almere Vandaag. Man, wat vond ik het jammer dat dat ophield. Maar Almere Vandaag werd Almere Dichtbij en het nieuwe format hield geen rekening met columnisten. Iedereen werd gedag gezwaaid. Iedereen behalve Annemarie Jorritsma, wat logisch is natuurlijk, want zij is de enige echte mater familias van onze stad, en kom op zeg, het is wel Annemarie Jorritsma!

Lees meer

De geur van slaapzak

Het wc-gebouwtje ruikt naar vroeger. En pas op het moment dat ik erin sta, weet ik weer dat ik die geur al jarenlang mis. Net zoals de ribbels van de buitenkeuken waar je met je vingers het sop zo lekker tussendoor kunt laten glijden en klapstoelstof op blote huid. Douchen in de buitenlucht, het geluid van camping om half zes ’s ochtends, de geur van slaapzak en de smaak van Smac.

Lees meer

Afgerond

In mijn schrijftrainingen vertel ik mijn cursisten altijd dat het begin van een verhaal of column net zo belangrijk is als het eind. Die eerste zin moet je uitnodigen om verder te lezen. In die laatste zin moeten alle verhaallijnen zijn afgerond. Vandaag schrijf ik mijn laatste column.

Lees meer

Vorige · Volgende